Er bestaat onder zorggebruikers – onder wie mensen met MS – tamelijk veel enthousiasme over digitale vormen van zorg. Dit in elk geval als het gaat om afspraken met de huisarts en met de thuiszorg, samen de eerste lijn in de zorg. Zo leert een in november verschenen onderzoekspublicatie van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nivel). Dit instituut voegt eraan toe dat in de praktijk veel zorgverleners nog niet in die digitale zorg kunnen voorzien en geeft aan waar dit is te verbeteren.
Het Nivel doet hiernaar sinds 2024 onderzoek samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het National eHealth Living Lab (NeLL). In dat NeLL werken onder andere patiënten, zorgverleners, wetenschappers, en instellingen samen om digitale zorg, in het Engels eHealth, een vast onderdeel te maken van de zorgpraktijk. In dat onderzoek is gebleken dat bijna vier van de vijf mensen met een chronische ziekte als MS openstaan voor digitale contacten als het gaat om huisartsenzorg. Tegelijkertijd was daar in slechts een kwart van de gevallen te voorzien. Wat thuiszorgafspraken betreft liet ongeveer 60% van de geconsulteerden weten graag digitaal contact te willen en werd daarin maar in 8% van de gevallen voorzien.
Verbeteringen zijn volgens het Nivel onder meer te bereiken als meer huisartsen in staat zijn elektronisch gegevens te delen met thuiszorgorganisaties. Een kanttekening van de onderzoekers is overigens dat in de praktijk ongeveer twee op de drie mensen die ouder zijn dan 65 niet altijd goed zelfstandig gebruik weten te maken van een computer als het gaat om zorg.
Streven naar meer digitalisering maakt deel uit van het in september 2022 gesloten Integraal Zorgakkoord (IZA). En wel met het doel de zorg betaalbaar te houden en de kwaliteit van de zorg te waarborgen. Het IZA is ondertekend door onder meer het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patiëntenorganisaties.
Redactie MSnieuws
Bronnen:

