NMO(SD) is geen MS. Wel is het net als MS een auto-immuunziekte waarbij ontstekingen optreden in het centrale zenuwstelsel. NMO(SD) staat voor Neuromyelitis Optica Spectrum Disorder. Vroeger werd NMO(SD) ook wel de Ziekte of het Syndroom van Devic genoemd, naar de ontdekker Eugene Devic.

Het lichaam beschikt over een afweersysteem (immuunsysteem) tegen indringers van buiten (bacteriën, virussen, schimmels, parasieten) of van binnen, zoals kanker. Dankzij het immuunsysteem kan het lichaam zich verdedigen tegen alle mogelijke aanvallen. Van cel tot orgaan zet het lichaam een waar communicatienetwerk in gang om ongeschonden te blijven.

Bij een auto-immuunziekte werkt je afweer (je immuunsysteem) niet goed. Dan valt je afweer niet alleen indringers aan, maar ook gezonde delen van je lichaam. Daarbij kunnen die weefsels en organen beschadigd raken.

Als je immuunsysteem reageert op een indringer, worden er antistoffen aangemaakt en ontstaat er een ontstekingsreactie. In het geval van NMO(SD) worden antistoffen gemaakt tegen myeline, de isolatielaag rondom de zenuwen. De isolatielaag rondom de zenuwen raakt dan beschadigd als gevolg van ontstekingen.

Bij NMO(SD) ontstaan ontstekingen met name in de oogzenuw, regelmatig zelfs in beide ogen tegelijk, en in het ruggenmerg. Dit kan leiden tot ernstige uitval waardoor de patiënt (tijdelijk) blind of verlamd kan raken.

Spectrum Disorder (SD) betekent dat een ruggenmerg- en oogzenuwontsteking niet gelijktijdig hoeven voor te komen om de diagnose NMO(SD) te krijgen. Vaak heeft de patiënt alleen een oogzenuwontsteking en een antistof in het lichaam, maar geen ruggenmergontsteking of andersom. Omdat het een zeldzame ziekte is, is het voor huisartsen en specialisten best lastig om de diagnose te stellen en kunnen er maanden tot jaren overheen gaan voordat er definitieve diagnose wordt gesteld.

NMO(SD) is een zeldzame auto-immuunziekte. Er zijn waarschijnlijk maar rond de 200 patiënten in Nederland met NMO(SD). Per jaar worden er gemiddeld 17 mensen met NMO(SD) gediagnosticeerd. Naar schatting 80-90% mensen met NMO(SD) is vrouw.
Het is onbekend waarom iemand NMO(SD) krijgt. Vaak komen er ook andere auto-immuunziektes in de familie van mensen met NMO(SD) voor.

Geen MS

NMO(SD) werd vroeger als variant van MS beschouwd, omdat het er erg op kan lijken. Veel klachten lijken sterk op die bij Relapsing-Remitting (RR)MS: aanvalsgewijze loopproblemen, gevoelsstoornissen, blaasproblemen, cognitieve problemen en grote vermoeidheid. Ook de oorzaak, namelijk schade aan de myeline (de beschermlaag van de zenuwen), is hetzelfde. Wel viel op dat verloop van de klachten vaak erg anders was. Zonder behandeling is er vaak niet of nauwelijks herstel en veel restschade, heel anders dan bij de meeste MS-patiënten.

Twee soorten antistoffen

De antistoffen die het meest voorkomen bij NMO(SD) zijn aquaporine-4 (AQP4) antistoffen. Patiënten met deze antistoffen kunnen een ernstiger verloop van de ziekte hebben met herhaaldelijke aanvallen (80-90% zonder behandeling). Ook hebben zij vaak meer uitval en restschade.

Een kleiner deel van de patiënten heeft myeline oligodendrocyt glycoproteïne (MOG(AD)) antistoffen in het bloed. Vaak hebben deze éénmalig uitval van functies van het lichaam, al zijn herhaaldelijke aanvallen (30-40% zonder behandeling) ook mogelijk.

En er is een groep patiënten waarbij beide antistoffen niet aanwezig zijn in het bloed. Hiervan is nog onbekend of zij wellicht andere nog onbekende antistoffen in hun bloed hebben.

Meer weten?

Meer weten over NMO(SD)? Download dan onze flyer en/ of neem contact op met de werkgroep.

Symptomen NMO(SD)

Tijdens een aanval van NMO(SD) kunnen oog- en ruggenmergzenuwen tegelijkertijd beschadigd raken. Hieronder wordt een aantal symptomen beschreven, maar deze zijn voor iedereen anders en hebben vaak een verschillend verloop.

Oogzenuwontsteking

Een oogzenuwontsteking wordt ook neuritis optica genoemd. Deze kan in één oog of in beide ogen tegelijk ontstaan. De ontsteking ontstaat vrij plotseling met verlies van het zicht in het centrale punt, of het beeld wordt wazig of er ontstaan zwarte vlekken. Dit gaat gepaard met vaak hevige pijn aan de oogbol, vooral tijdens oogbewegingen. Kleuren worden doffer en vooral de kleur rood is moeilijker waar te nemen. Je kunt ook sterretjes of flitsen zien. In een paar dagen tot weken kan het zicht zelfs helemaal verloren gaan.

Ruggenmergontsteking

Een ruggenmergontsteking wordt ook wel een myelitis transvera genoemd. De ontsteking in het ruggenmerg is bij NMO(SD) vaak een langgerekte ontsteking (laesie), terwijl bij MS de laesies vaak klein zijn. De symptomen verschillen van patiënt tot patiënt, afhankelijk van de plaats in het ruggenmerg waar de ontsteking zich bevindt.
Er kan spierzwakte ontstaan, een doof gevoel, gevoelloosheid of tintelingen. Hierdoor kan krachtverlies optreden, en een verlies van gevoel in armen en benen, blaas en darmen. Dit kan zelfs leiden tot een volledige dwarslaesie. Maar ook klachten als misselijkheid en braken of langdurig hikken komen voor, wanneer de ontsteking in de hersenstam zit. Daarnaast komen ademhalingsproblemen, slaapstoornissen, verwardheid en epilepsie voor, maar deze zijn veel zeldzamer.

Op lange termijn kunnen er klachten zijn zoals zenuwpijn of een MS-hug. Een MS-hug voelt aan als een hele strakke band rond je ribbenkast of middel, alsof je een korset draagt. Het maakt het ademhalen soms moeilijk en kan ook branderig gevoel geven. Deze strakke band wordt door sommigen ook ervaren rond bijvoorbeeld de handen of benen. Dit symptoom kan van korte of lange duur zijn.
Ook kunnen zenuwen overgevoelig zijn waardoor veranderingen in gevoelswaarnemingen ontstaan. Koud en warm wordt op bepaalde plekken niet of anders ervaren.

Naast slechtziendheid, blindheid en beschadigingen in het ruggenmerg, ervaart een groot deel van de patiënten ook ernstige vermoeidheid.

Diagnose NMO(SD)

Een oogarts kan vaststellen of er sprake is van een oogzenuwontsteking. Vaak wordt er eerst een gezichtsveldonderzoek gedaan. Hierbij wordt er gemeten welke delen van je gezichtsveld uitgevallen zijn. Daarnaast kan door middel van een Visually Evoked Potentials (VEP) onderzoek worden nagegaan hoe snel de oogzenuw een signaal naar het zichtgedeelte van de hersens stuurt; dit vermindert namelijk bij een oogzenuwontsteking.

Een neuroloog zal een neurologisch lichamelijk onderzoek uitvoeren als er lichamelijke uitval is en/ of er verschijnselen van gevoelloosheid zijn. Door middel van een MRI-scan kan de neuroloog bepalen waar de ontsteking in het ruggenmerg zich bevindt, vaak met behulp van contrastvloeistof.

Naast een MRI kan er ook een ruggenprik (lumbaalpunctie) worden uitgevoerd. Uit het ruggenmergvocht kan een ontsteking vastgesteld worden en kan ook de antistof Aquaporine-4 of MOG-antistof worden bepaald. Maar dit kan ook via bloedonderzoek.

NMO-expertisecentrum

Voor diagnose en behandeling van NMO(SD) kun je het beste terecht bij Expertisecentrum ErasMS in Rotterdam.

Behandeling NMO(SD)

Bij een aanval van NMO(SD) moet zo snel mogelijk gehandeld worden om uitval van functies van het lichaam zoveel mogelijk te voorkomen. Vervolgens is het van belang dat de patiënt een onderhoudsbehandeling krijgt in de vorm van medicijnen.

Het belangrijkste bij een oog- en of ruggenmergontsteking is om zo snel mogelijk te behandelen met medicijnen die de ontstekingsreactie remmen. Hiermee wordt geprobeerd de schade van de ontsteking zoveel mogelijk te beperken.

Om nieuwe aanvallen te voorkomen zijn afweerremmende medicijnen nodig. Deze medicijnen onderdrukken het immuunsysteem zodat er geen nieuwe aanval kan ontstaan. Aangezien er voortdurend nieuwe ontwikkelingen in geneesmiddelen zijn, worden deze hier niet besproken. Het is verstandig vragen hierover aan je eigen neuroloog te stellen.

Behandeling van de symptomen

Door beschadigde zenuwen is het mogelijk dat er na een aanval restklachten zijn ontstaan. Deze klachten kunnen van uiteenlopende aard zijn. Zo kunnen zenuwpijn (neuropatische pijn), spasticiteit, krampen en stijfheid van de spieren, spierzwakte, blaas- en darmproblemen, problemen met seksuele functies, cognitieve problemen zoals geheugenverlies, stemmingswisselingen en vermoeidheid ontstaan.

Sommige van deze restklachten kunnen met medicatie worden behandeld zoals zenuwpijn en spierspasmen. Andere klachten kunnen worden behandeld door een uroloog, seksuoloog, psycholoog, fysiotherapeut en ergotherapeut.

  • Zenuwpijn
    Dit wordt beschreven als een brandende, stekende, tintelende en/of prikkelende pijn en ontstaat door beschadigde zenuwen in het ruggenmerg.
  • Verhoogde spierspanning en spasmen
    Deze ontstaan door beschadigde zenuwen in het ruggenmerg die invloed hebben op de controle over spieren. Wanneer spieren zich langdurig samentrekken worden dit spasmen genoemd. Spasmen kunnen seconden tot minuten aanhouden en kunnen pijnlijk zijn.
  • Stijfheid van spieren
    Dit treedt voornamelijk op na een lange periode van inactiviteit, zoals in de ochtend na het wakker worden of een tijd zitten.
  • Spierzwakte
    Dit is niet te behandelen met medicatie, maar bewegen en sporten kan de spieren versterken. Een fysiotherapeut kan hierbij helpen.
  • Gevoelloosheid
    Veelal vanaf de hoogte van de laesie (ontsteking in het ruggenmerg), zoals het gevoel te lopen op wolkjes, waardoor het lopen instabiel is. Of aan handen, waardoor je o.a. voorzichtig moet zijn bij warmte en kou.
  • Blaas- en/ of darmproblemen
    Deze zijn verschillend van aard. Zo kun je ongewild urine of ontlasting verliezen, maar ook juist niet meer kunnen plassen of poepen, en ook erge obstipatie kan voorkomen.
  • Seksuele problemen
    Deze zijn vaak het gevolg van een lichamelijk probleem. Mannen kunnen problemen hebben bij het krijgen van een erectie of het bereiken van een orgasme. Bij vrouwen is het bereiken van een orgasme vaak een probleem vanwege het gebrek aan gevoel en gevoelloosheid. Maar seksuele problemen kunnen ook ontstaan door onzekerheid over je lichaam.
  • Cognitieve problemen
    Dit kan geheugenverlies zijn, maar ook het moeilijk kunnen verwerken van informatie, niet goed kunnen concentreren, niet op woorden kunnen komen.
  • Vermoeidheid
    Dit komt vaak voor. De vermoeidheid wisselt vaak per dag. Vermoeidheid kan ook een bijwerking van medicijnen zijn.

NMO(SD) en MS: verschillen en overeenkomsten

Op 25 mei 2021 gaf neuroloog dr. B. Wokke van het ErasMS een online presentatie over NMO(SD). Hieronder een verslag van dit webinar.

De kans op MS is 100 keer groter dan NMO(SD), bij bijvoorbeeld een oogzenuwontsteking. Coördinatiestoornissen komen ook voor bij NMO(SD), niet alleen bij MS.

Verschil MS en NMO(SD) / MOG(AD)

  • Antistoffen
  • Lengte laesies
  • Restschade
  • Agressiviteit

Zenuwpijn, motoriek, problemen met spieren komen bij zowel MS als NMO(SD) voor.

Verschillen tussen MS en NMO(SD)

NMO(SD) en MS hebben voor een gedeelte een overlap, de ziekten lijken erg op elkaar. Zoals de beschadiging in de myeline (beschermlaag rondom zenuwen, voor de signaaloverdracht). Verder zijn er een aantal verschillen:

  • De bevindingen in het hersenvocht zijn anders.
  • Bij NMO(SD) is er minder vaak spontaan herstel, bij MS wel, dus ook zonder medicijnen herstellen mensen met MS vaak wel.
  • De aanvallen van NMO(SD) zijn ernstiger dan bij MS.
  • De restschade is veel groter bij NMO(SD) dan bij MS.
  • Bij MS ontstaat er geleidelijke achteruitgang, het is progressief, NMO(SD) niet.

Verloop: restschade en herstel

Dit is afhankelijk van de plaats van de ontsteking, hoe snel kom je in het ziekenhuis terecht en krijg je direct Prednison. Het moment van behandelen bepaalt de mate van herstel.

NMO(SD) komt veel meer voor in Japan en China, dus genetica speelt hierin mee. Net als de leeftijd, er is een slechter herstel bij een hoge leeftijd. Hoe eerder behandeld, hoe meer kans op herstel.

De kans op herhaling verschilt per subcategorie. NMO(SD) patiënten met AQP4 krijgt zonder behandeling 60% na een jaar een nieuwe aanval, 80-90% binnen drie jaar een nieuwe aanval.

De kans op een nieuwe aanval zonder antistoffen na de eerste aanval: 40%; MOG(AD) antistoffen na de eerste aanval: 30-40%

Schub of pseudoschub?

Schub: nieuwe aanval van ontsteking met nieuwe klachten of uitval op nieuwe plekken. Pseudo-schub: terugkeren of toename van bekende klachten of uitval op bekende plekken. Dit is alleen niet altijd duidelijk. Kijk dan of er iets is dat het heeft uitgelokt. Bijvoorbeeld door stress of dat er een blaasontsteking is. Vaak is het dan een pseudo-schub. Overleg altijd met je neuroloog!

Doel aanvalsbehandeling: versnellen van herstel en voorkomen van erger. Doel onderhoudsbehandeling: voorkomen van nieuwe aanvallen.
Een onderzoek met stamceltherapie is stopgezet.

Poeptherapie

Darmen zijn een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem. Bij onderzoek naar 20 NMO(SD) patiënten en 20 HC patiënten bleek dat de samenstelling van het darm microbioom anders was en er minder bacteriële diversiteit in de darmen was. Ook waren de darm barrière en inflammatoire activiteit anders dan bij gezonde mensen.
Bij poeptherapie wordt er ontlasting van gezonde personen ingebracht bij zieke mensen. Zo wordt de darmflora hersteld en krijgen gezonde bacteriën de overhand.

Restklachten: hoe vaak en waarom?

Veel voorkomend, vooral bij mensen met AQP4 antistoffen en bij MOG(AD). Vooral bij meerdere aanvallen zijn er veel restklachten. Het zijn vaak klachten van zicht, kracht, gevoel, blaas, vermoeidheid en emoties.

Waarom; door gemaakte schade aan het zenuwstelsel, direct of in een later stadium, en door verstoring van de signaaloverdracht.

Behandelen:
Symptomatisch; voor pijn, stijfheid en vermoeidheid. Door fysiotherapie, cognitieve gedragstherapie, katheteriseren van de blaas, en bijvoorbeeld door botoxbehandelingen.

Revalidatie; bij een psycholoog of maatschappelijk werker.

Corona en NMO(SD) / MOG(AD)

  • Aanmaak van antistoffen; sommigen maken deze wel aan, anderen niet maar er is nog weinig over bekend bij NMO(SD).
  • Testen op antistoffen; T-cel immuniteit testen of die actief zijn.
  • Gericht onderzoek is er momenteel nog niet.


Antwoorden op vragen van deelnemers

Vier weken na het tweede corona-vaccin is het mogelijk om je te laten testen op antistoffen. Dit kan in het Erasmus MC maar ook via de huisarts. Bij bijwerkingeninstituut Lareb kunnen alle klachten worden gemeld en op de website van het Lareb kun je alle mogelijke bijwerkingen per vaccin vinden.

Een foute diagnose wordt bij AQP4 steeds minder gesteld, bij MOGAD komt er vaker een verkeerde diagnose voor. Neurologen uit heel Nederland overleggen gelukkig steeds meer met het expertisecentrum in het Erasmus MC.
Wanneer er geen antistoffen worden gevonden, zijn de criteria voor NMO(SD):
oog- en/of ruggenmergontsteking, langgerekte laesies op de MRI, en andere ziektes uitgesloten.

Genetisch onderzoek wordt in Azië wel uitgevoerd omdat daar een grotere genetische kans is op NMO(SD). In Europa blijken er wel vaak meerdere auto-immuunziektes in de familie voor te komen.

Het Erasmus MC deelt informatie door onderzoeksresultaten te publiceren, via nascholingen, vakliteratuur en MS-congressen.

Wanneer een patiënt met NMO(SD) wordt behandeld met medicatie, hoeft dit geen invloed te hebben op de levensduur van de patiënt. Dit is wel het geval bij een hoge leeftijd en bij een erg agressieve aanval. Ook als er als gevolg van medicatie meerdere infecties ontstaan en er bijvoorbeeld met de medicatie wordt gestopt, dan heeft dit wel grote invloed op de levensduur van de patiënt.

Onderzoek en contact

Het Nationaal NMO(SD) expertisecentrum van het Erasmus MC bestaat uit zes personen: neurologen, een immunoloog en onderzoekers.

Voor vragen kun je mailen naar: devic@erasmusmc.nl

Geschiedenis van NMO(SD)

  • 1804
    Dr. Antoine Portal, ontsteking oogzenuw en ruggenmerg zonder afwijkingen in de hersenen.
  • 1894
    Eugene Devic, 16 patiënten met een syndroom met een combinatie van klachten aan de oogzenuw en ruggenmerg (zenuwafwijkingen) > Neuromyelitis optica.
  • 1999
    71 patiënten tussen 1950 en 1997, symptomen die leken op MS, meer onderzoek was er in die tijd niet.
    Deze patiënten kregen in een paar jaar tijd verschillende aanvallen. Sommige zijn overleden door een ontsteking hoog in het ruggenmerg bij de ademhaling. Dit zag je niet bij patiënten met MS. Daarnaast hadden deze patiënten veel ontstekingscellen in het hersenvocht, maar geen afwijkingen in de hersenen.
  • 2004
    Anti-aquaporine-4 antistoffen (AQP4)
    De oligodendrocyten en astrocyten zijn belangrijk voor de functie in het zenuwsysteem.
    De antistoffen AQP4 zijn gericht tegen de waterkanalen op de astrocyten waardoor een ontstekingsreactie ontstaat en vervolgens schade aan de zenuwen. De huidige testen zijn heel betrouwbaar en geven daadwerkelijk aan of je die antistof hebt of niet.
    Veel patiënten met klachten die op NMO(SD) leken bleken niet de antistof AQP4 in hun bloed te hebben. Toen is er na jarenlang onderzoek een nieuwe antistof ontdekt: MOG.
  • 2011
    Anti-MOG antistoffen
    Deze antistoffen richten zich op een ander stukje van de zenuwcellen maar er ontstaat ook schade aan de oogzenuwen en het ruggenmerg, want hier zitten de meeste van deze cellen. Maar bij Anti-MOG antistoffen kunnen er ook ontstekingsreacties in de hersenen optreden.
    De antistoffen komen door de bloed/hersenbarrière heen en er ontstaat een ontsteking. Antistoffen werken tegen gezonde cellen in het lichaam. Het immuunsysteem herkent de antistof als lichaamsvreemd en gaat deze aanvallen, net als bij een bacterie bijvoorbeeld. Vervolgens ontstaat er een ontsteking en de myeline wordt beschadigd. Hierdoor worden er minder signalen in de zenuwen doorgegeven. Bij de ogen wordt het zicht slechter, bij het ruggenmerg ontstaat er uitval aan de sturing van bijvoorbeeld de benen, de blaas enz.
    Deze variant is de MOG associeerde ziekte; MOG(AD).
    De AQP4 antistoffen geven meer schade dan de MOG antistoffen. En de uitvallen zijn veel ernstiger dan bij MS.Ook de ziektes ADEM en Encefalitis (hersenontsteking) hebben dit soort symptomen. Waarschijnlijk zijn er nog meer antistoffen die we momenteel nog niet kennen.

Over MOG(AD)

Wat is MOG(AD)?

MOG(AD) staat voluit voor Myeline Oligodendrocyt Glycoproteine Antibody Disease. Een zenuwziekte die lijkt bij NMO(SD), maar inmiddels wordt beschouwd als een op zichzelf staande ziekte. Bij MOG(AD) tasten antistoffen het myeline (de beschermlaag rondom de zenuw) aan, waardoor klachten ontstaan. De ontstekingen zitten vooral in de oogzenuw, ruggenmerg, hersens en hersenstam.

Symptomen MOG(AD)

Het soort klachten is afhankelijk van de plek van de ontsteking. De symptomen die vaak als eerste ontstaan zijn:

  • verlies van zicht of wazig zien in één of beide ogen
  • verlies van het zien van kleuren
  • verlamming van ledematen
  • spierzwakte waardoor krachtsverlies ontstaat
  • blaas- en darmproblemen
  • strakke bandgevoel rondom middel (MS hug)
  • zenuwpijn

De symptomen van MOG(AD) zijn soms gelijk aan die van NMO(SD) en MS, maar de zenuwcellen waar de MOG(AD) antistoffen op ‘aangrijpen’ zijn anders. Er kan sprake zijn van enkel een oogzenuwontsteking of enkel een ruggenmergontsteking, maar deze kunnen ook gelijktijdig ontstaan.

Verschillen tussen NMO(SD) en MOG(AD)

NMO(SD) en MOG(AD) verschillen in:

  • het aangrijpingspunt van de antistoffen
  • uiting van de ziekte bij kinderen en volwassene
    kinderen hebben voord ADEM-achtig ziektebeelden (zie hieronder), terwijl volwassenen veel vaker een NMO(SD)-achtig ziektebeeld hebben
  • het risico op terugkeer van de ziekte
    bij MOG(AD) is de kans op nieuwe aanvallen kleiner dan bij NMO(SD)
  • genetische aanleg
    bij MOG(AD)-patiënten komen minder familiaire auto-immuunziekten voor, deze komen vaker voor bij families waarin NMO(SD) voorkomt

MOG(AD) ontstaat vaak al op de kinderleeftijd terwijl NMO(SD) zich op latere leeftijd openbaart. Een MOG(AD)-patiënt, met alleen een oogzenuwontsteking heeft geen NMO(SD). Een MOG(AD)-patiënt met een ruggenmergontsteking en een (doorgemaakte) oogzenuwontsteking heeft NMO(SD)

MOG(AD) en ADEM

MOG-antistoffen worden ook gevonden bij acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM). Daarbij zijn er ontstekingen door de hele hersenen. Deze ziekte komt voornamelijk voor bij kinderen en zorgt onder andere voor een tijdelijk gestoord bewustzijn. De ziekte keert soms op zich zelf staand terug, of in combinatie met een oogzenuwontsteking. Bij een deel van de patiënten worden MOG-antistoffen gevonden.

Verloop en behandeling

Patiënten met MOG-antistoffen hebben een kans van 40-50% (zonder behandeling) op nieuwe aanvallen. Bij NMO(SD) is deze kans 80-90% (zonder behandeling). Bij MOG(AD) komt vaker een terugkerende oogzenuwontsteking voor dan bij NMO(SD). Patiënten met MOG-antistoffen hebben over het algemeen minder risico op blijvende schade, zeker bij tijdige behandeling. Echter, als de ziekte toch terugkeert neemt de kans op restklachten toe. Een onderhoudsbehandeling is dan belangrijk. Een kleine groep MOG(AD)-patiënten blijft aanvallen houden ondanks medicatie.

Leefstijl

Een gezonde leefstijl is voor iedereen belangrijk, maar voor mensen met een ziekte nog belangrijker. Bij een leefstijl die volledig in balans is kunnen klachten worden verminderd, of in ieder geval beter onder controle worden gehouden. Bij zowel MOG(AD) en NMO(SD) heeft stress een negatieve invloed.
Patiënten zijn vooral gebaat bij balans in:

  • activiteit en rust
  • beweging
  • regelmaat in het dagelijks leven
  • gezonde voeding
  • spanning/ontspanning

Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat tabak een negatieve invloed heeft op het immuunsysteem.

Blogs over NMO(SD)/MOG(AD)

  • Lezen of luisteren

    Ik vind het heerlijk om boeken te lezen. Even verdwijnen in een andere wereld. Het liefst lees ik lekker buiten…
  • Slim door beweging

    De afgelopen jaren heb ik verschillende varianten van bewegen uitgeprobeerd. Sporten is voor mij geen optie vanwege de heftige zenuwpijn in…
  • In balans, uit balans

    Volgens de Dikke Van Dale kent het woord balans 3 betekenissen.   Met alle drie de definities heb ik zo mijn…