Het VN-comité Handicap heeft er stevige kritiek op dat in Nederland de voorzieningen voor mensen met een handicap of chronische ziekte, zoals MS, per gemeente sterk verschillen. Zo blijkt uit een op 5 september 2024 vastgesteld tussenrapport van het in het Zwitserse Genève gevestigde comité.
Het comité is de hoogste toezichthouder op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Het verwelkomt weliswaar de maatregelen die de Nederlandse overheid sinds haar toetreding tot het verdrag in 2016 heeft genomen maar voegt daar vele kritische kanttekeningen aan toe.
Bezorgd
Zo zegt het comité bezorgd te zijn over de ongelijke tenuitvoerlegging van het verdrag in de gemeenten. Dit met name als het gaat om toegankelijkheid, openbare diensten, het verstrekken van maatschappelijke ondersteuning en financiering van organisaties van personen met een handicap. Het comité hekelt het gebrek aan eenduidigheid in de uitvoering van het verdrag op alle overheidsniveaus en vooral het gebrek aan coördinatie tussen gemeenten. Dit resulteert volgens het comité in een zeer ongelijke bescherming en ondersteuning voor mensen met een ziekte of handicap. “Waardoor zij vaak worden belemmerd volwaardig deel te nemen aan de samenleving.”
Op dit moment voeren gemeenten allemaal een eigen beleid bijvoorbeeld bij de uitvoeringspraktijk van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of het uitgeven van gehandicaptenparkeerkaarten (zie daarvoor ook elders op deze site). Het comité roept op tot duidelijke landelijke normen en richtlijnen die lokaal effectief moeten worden gehandhaafd. Daarnaast is volgens het comité extra aandacht nodig voor de sectoren openbaar vervoer, onderwijs en arbeidsmarkt.
Het comité heeft kritiek op de beperkte klachtenprocedures en rechtsmiddelen, het ontbreken van een strategie voor rampen- en noodsituaties en het afwezig zijn van beleid voor hulp aan asielzoekers en vluchtelingen met een handicap. Ook zou het comité het tekort aan betaalbare en toegankelijke huisvesting voor mensen met een handicap graag opgelost zien. Daarnaast vraagt het comité speciale aandacht voor toegankelijke culturele-, recreatie-, vrijetijds- en sportfaciliteiten.
Bij dit alles is volgens het comité op dit moment in Nederland sprake van een gebrek aan deelname van mensen met een handicap aan de beleids- en besluitvormingsprocessen, zeker van vrouwen. Het rapport eindigt met de mededeling dat er een vervolgrapport komt op 14 juli 2030 en dat het comité de Nederlandse overheid een jaar daarvoor een lijst met te beantwoorden kwesties zal voorleggen.
Ieder(in): ‘Pittige conclusies’
Ieder(in), koepel van organisaties van mensen met een handicap of chronische ziekte, waar ook MS Vereniging Nederland lid van is, was op 15 augustus een van de deelnemers op de hoorzitting die aan dit rapport ten grondslag heeft gelegen. Op haar website spreekt Ieder(in) van “pittige conclusies” van het VN-comité. “Een vlijmscherpe analyse van de Nederlandse situatie, acht jaar na de invoering van het VN-verdrag Handicap (…) In lijn met onze bevinding dat er al jaren sprake is van achteruitgang.”
In het bericht over het rapport op de website van de NOS schrijft rolstoelgebruiker Jiska Ogier dat het feit dat in Nederland alles lokaal geregeld is, maakt dat er grote verschillen zijn. “Mensen verdwalen in het landschap van zorg en ondersteuning. Als je bijvoorbeeld verhuist naar een andere gemeente (…) kan het gebeuren dat de ene gemeente zegt: lever je rolstoel maar in en dat je in de nieuwe gemeente het hele proces opnieuw moet doorlopen. Dat is ontzettend frustrerend, maar ook heel beperkend.”
Redactie MSnieuws, 16.9.2024.
Bronnen:

