Ouder worden met MS levert nieuwe vragen op, voor patiënten zelf maar ook voor behandelaars en wetenschappers. Misschien moeten oudere mensen met MS wel andere behandelingen krijgen dan jongeren. Te denken is aan het stoppen of verminderen van MS-remmende medicatie en meer aandacht voor behandeling van de langzame achteruitgang. Zo leert een uitgebreid artikel op de website van ECTRIMS, het ‘Europees comité voor behandeling en onderzoek van multiple sclerose’.
In het artikel wordt opgemerkt dat de levensverwachting van de mens in de afgelopen twintig jaar 6 jaar is gestegen en dat dit ook geldt voor mensen met MS. Door betere leefomstandigheden en effectievere medicijnen kunnen ze zelf steeds vaker doorwerken. In die werkzame periode hebben ze een relatief goede kwaliteit van leven. Maar met dat langere leven krijgen mensen met MS ook te maken met nieuwe verschijnselen die om behandeling vragen.
Met het toenemen van de jaren kan het verloop van MS veranderen. Ouderen krijgen minder vaak schubs en terugvallen. Maar ze lopen een grotere kans op langdurige, ontstekingen, zichtbaar op de MRI, wat wijst op gestage verslechtering, afname van de beschermende myeline en dus neurologische achteruitgang.
MS-medicatie bij ouderen minder effectief
De meeste MS-medicatie is getest op mensen jonger dan 55 jaar en gericht op actieve ontstekingen. Naarmate de jaren toenemen, blijkt die medicatie minder effectief. Een oudere MS-patiënt gaat daarom geleidelijk aan achteruit. Dit langzame achteruitgaan heet ook wel ‘smeulende MS’.
In het ECTRIMS-artikel pleit professor Bianca Weinstock-Guttman, hoogleraar in de neurologie aan de Universiteit van Buffalo in de Verenigde Staten, ervoor om naast op ontsteking gerichte medicijnen voor mensen met MS ook geneesmiddelen te ontwikkelen die de achterruitgang kunnen tegengaan.
Het artikel maakt ook melding van een onderzoek naar wat er gebeurt bij MS-patiënten boven de 55 jaar als ze ophouden met medicatie. Daarbij bleek er geen verschil te zijn in aantal actieve ontstekingen en achteruitgang tussen de mensen die MS-remmers bleven gebruiken en zij die hiermee gestopt waren. Wel waren er bij de mensen die stopten enkele nieuwe plekjes op de MRI-scan te zien. Dat wijst er volgens professor Winstock-Guttmann op er aanvullingen nodig zijn op de huidige behandelingen of juist iets heel nieuws.
Zij vindt het nodig met oudere patiënten te praten over wijzigingen in de medicatie. “Als ze al jaren stabiel zijn, zonder terugvallen en geen veranderingen op de MRI, zouden we kunnen stoppen met de medicijnen en volstaan met een jaarlijkse MRI om er zeker van te zijn dat er geen nieuwe vlekjes zijn.”
Redactie MSnieuws
Bron:

