Bij de medicatie voor mensen met actieve ‘relapsing’ vormen van MS is per 1 juni nu ook ublituximab beschikbaar, onder de merknaam Briumvi van farmaceut Neuraxpharm. Tot de ‘relapsing’ vormen van MS zijn volgens voorzitter Jop Mostert van de Medische Adviescommissie van MS Vereniging Nederland zowel RRMS als ‘SPMS met relapses’ te rekenen.
De introductie van Briumvi was een half jaar geleden al aangekondigd maar het wachten was op onderhandelingen over de prijs met Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Die onderhandelingen zijn nu afgerond. In een brief van ZN aan alle betrokkenen staat “dat ublituximab van alle geregistreerde geneesmiddelen op dit moment de meest doelmatige anti-CD20 therapie is voor patiënten met actieve Relapsing Multiple Sclerose (RMS).”
Dat betekent dat de verstrekking van Briumvi zal worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Eerder was hiervoor al het licht op groen gezet door het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), op grond van een advies van Zorginstituut Nederland.
Ublituximab is ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf TG Therapeutics. Voor Europa is de licentie in handen van Neuraxpharm. Het middel is door het Europees Medicijn Agentschap (EMA) op 1 maart 2023 goedgekeurd voor de Europese Unie (EU). Duitsland was in februari 2024 het eerste Europese land dat ublituximab ging gebruiken, Spanje, Ierland, Italië, België en Groot-Brittannië volgden. Het middel heeft in Nederland enige tijd in de zogeheten ‘sluis voor dure geneesmiddelen’ gezeten. In die ‘sluis’ komen medicamenten die nog niet vergoed worden via het basispakket voor de zorgverzekering omdat ze zo duur zijn dat er een prijsafspraak moet worden gemaakt.
Infuus of injectie
Ublituximab – Briumvi dus – heeft een vergelijkbaar werkingsmechanisme als ocrelizumab, ofatumumab en rituximab. Ocrelizumab is bij MS-patiënten bekend onder de merknaam Ocrevus, ofatumumab onder Kesimpta. Van rituximab zijn er diverse merken. Ocrelizumab en rituximab worden als regel via een infuus toegediend, bij ofatumumab gebeurt dat met een injectie onder de huid – oftewel ‘subcutaan’. Ocrevus is sinds kort ook beschikbaar als subcutaan medicijn maar blijft ook in de gebruikelijke vorm bestaan voor infuustoediening. Toediening van een medicijn per injectie gaat sneller dan per infuus.
Voorkeur nog onduidelijk
Nog niet duidelijk is aan welke middelen de meeste neurologen in de toekomst de voorkeur gaan geven. Dr. Bob van Oosten, als neuroloog verbonden aan het MS-centrum in Amsterdam (onderdeel van Amsterdam UMC) en voorzitter van de MS-werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN), zegt over mogelijk gebruik van Briumvi eerst in overleg te gaan met collega’s. Van veel neurologen is overigens bekend dat zij bij zulke afwegingen rekening houden met de zorgkosten en bij vergelijkbare werking vaak de voorkeur geven aan het goedkoopste middel. Bovendien vergoeden verzekeraars soms alleen de goedkoopste behandeling als er verschillende vergelijkbaar effectieve mogelijkheden zijn. Dat heet preferentiebeleid. In dat geval hebben patiënt en arts geen vrije keus meer.
Nog steeds duurder
Bob van Oosten: “De hoop was dat met de komst van Briumvi de prijzen voor dit soort geneesmiddelen zouden kunnen dalen, want meer concurrentie. Ublituximab is inderdaad nu voor een lager bedrag in de markt gezet dan ocrelizumab en ofatumumab. Maar het is nog steeds veel duurder dan rituximab.”
Hij wijst erop dat neurologen in Nederland, Denemarken, Frankrijk en Noorwegen onderzoek doen naar het effect van rituximab vergeleken met ocrelizumab. “We vermoeden dat ze vergelijkbaar effectief en veilig zijn. Als zou blijken dat dit vermoeden klopt, zullen veel neurologen mensen met MS de behandeling met rituximab voorstellen. Het is wel lastig te voorspellen hoe dat er over een paar jaar allemaal uitziet. De ontwikkelingen gaan snel en ik heb geen glazen bol.”
Redactie MSnieuws
Bronnen:
Neuraxpharm, voorzitter dr. Bob van Oosten van MS-werkgroep NVN, voorzitter Jop Mostert van de Medische Adviescommissie van MS Vereniging Nederland en

