Als het vermaarde Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk voor onderzoek geen gebruik meer mag maken van apen, kan dat het speurwerk naar chronische ziekten als MS op grote achterstand zetten. Zo vrezen wetenschappers in reactie op het parlementaire besluit om bij het BPRC het biomedische onderzoek met niet-humane primaten – lees apen – binnen vijf jaar af te bouwen. Dat besluit blijkt uit de gewijzigde begrotingsstukken 2025 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
Tegen dit voornemen zijn de afgelopen maanden tal van protesten ingebracht. Die protesten kwamen onder andere van de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (sinds november 2025 afgekort als UMCNL), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en enkele internationale onderzoekskoepels.
BPRC-directeur dr. Merel Langelaar – van oorsprong dierenarts, met een brede achtergrond in de diergeneeskunde en in de volksgezondheid en tot november vorig jaar hoogleraar aan de Universiteit Utrecht – sluit zich erbij aan. Zij zegt dat het BPRC “een onmisbare schakel is in de keten van onderzoek naar ernstige en levensbedreigende ziekten en dat het BPRC die rol wil blijven vervullen.” Ze is het eens met het streven te zoeken naar mogelijkheden zonder dierproeven. Maar een termijn van vijf jaar is volgens haar “veel te kort om voor sommige complexe ziekten een volwaardig alternatief te kunnen bieden.”
Langelaar wijst erop dat door het afbouwbesluit de ontwikkeling van behandelingen, medicijnen of vaccins kan stagneren. Ze nodigt dan ook maatschappelijke organisaties, wetenschappers en beleidsmakers uit om met het BPRC mee te denken. “Want levensreddend onderzoek mag door deze politieke keuze niet stoppen of vertraagd raken.”
BPRC
Het BPRC doet onderzoek naar ziektemechanismen en naar de mogelijkheden voor de behandeling en het voorkomen van ernstige ziektes. Het gaat om ernstige infectieziekten, zoals COVID-19, en om ziekten van de hersenen en het zenuwstelsel, zoals MS en de ziekte van Parkinson. Bij dat onderzoek wordt gebruik gemaakt van dieren. Dat mag overigens alleen als het BPRC daarvoor vergunning krijgt van de Centrale Commissie Dierproeven. En die vergunning komt er alleen als er geen alternatief is om de onderzoeksvraag te beantwoorden en als de voordelen voor mensen en de maatschappij opwegen tegen het gebruik van dieren.
Het Rijswijkse onderzoekscentrum fokt zelf de dieren waarmee het proeven doet. Per jaar mogen er maximaal 150 dierproeven gedaan worden. Om voldoende genetische diversiteit te behouden is er een grote fokkolonie van apen nodig. De dieren worden op zijn vroegst rond vierjarige leeftijd ingezet voor een experiment. Het BPRC is een van de weinige centra in de wereld waar dit soort apenonderzoek gebeurt. Apen kunnen overigens geen MS krijgen. Bij proeven op dit gebied worden de ziekteverschijnselen van MS bij apen gesimuleerd.
Begroting vastgesteld
De gewijzigde OCW-begroting is vóór de zomer door de Tweede Kamer vastgesteld en op 28 oktober geaccordeerd door de Eerste Kamer. Dit inclusief de kanttekening dat binnen de subsidie aan het BPRC stapsgewijs een steeds groter bedrag moet worden geoormerkt voor proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven, totdat de subsidie in 2030 in zijn geheel proefdiervrij wordt gebruikt. Die uitspraak is het gevolg van een door de Tweede Kamer op 2 juli met de kleinst mogelijke meerderheid (76-74) aangenomen wijzigingsvoorstel op de begroting, geïnitieerd door het Tweede-Kamerlid Ines Kostić (Partij voor de Dieren).
Verzet minister VWS
Intussen verzet ook minister dr. Jan Anthonie Bruijn (VVD; Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS) zich tegen het besluit op korte termijn te stoppen met apenproeven. In een brief die hij op 1 oktober heeft geschreven aan de Tweede Kamer doet hij de oproep het BPRC “vooralsnog te behouden als openbare onderzoeksinstelling met een volwaardige zelfstandige fokkolonie. Het BPRC is voor nu onmisbaar.”
Dit geldt niet alleen voor het huidige onderzoek maar ook voor de zoektocht naar toekomstige nieuwe proefdiervrije onderzoekmodellen. Minister Bruijn is zelf medicus, gespecialiseerd in stoornissen van het immuunsysteem. Begin dit jaar heeft hij afscheid genomen als hoogleraar aan de Universiteit Leiden.
De VWS-minister wijst erop dat de proeven met apen in het bijzonder nodig zijn als het gaat om onderzoek naar ziektes die aangrijpen op het immuunsysteem of het zenuwstelsel. MS is er daar een van. “Als minister van VWS sta ik ervoor dat Nederlandse patiënten uitzicht hebben op een behandeling. Dat principe is voor mij leidend.” Maar hij is ook wel van mening dat de toekomst proefdiervrij moet zijn.
Vermoedelijk wordt dit een onderwerp voor de nieuwe Tweede Kamer. Inclusief mogelijk een correctie op het punt van de dierproeven. Het BPRC wordt voornamelijk gefinancierd door de Nederlandse overheid, met een jaarlijkse subsidie van het ministerie van OCW (nu € 12,5 miljoen). Al sinds de eeuwwisseling wordt door het BPRC zelf – met gedeeltelijk succes – gezocht naar mogelijkheden om wetenschappelijke onderzoek proefdiervrij te krijgen. Het is ook al geruime tijd een verlangen van de Europese Unie.
Redactie MSnieuws
Bronnen onder meer directeur dr. Merel Langelaar van het BPRC en:
https://www.bprc.nl/nieuws/bprc-wil-onmisbare-schakel-in-onderzoeksketen-blijven

