[vc_row][vc_column][vcex_heading text=”Reactie Dr. Horvath op Vitamine D artikel Dhr Graaff” tag=”h2″ text_align=”center” color=”accent” font_weight=”bold” font_size=”5xl”][vc_column_text]Allereerst wil ik Dhr Graaff en de redactie van Regiobericht MS bedanken dat ze mij een reactie hebben gevraagd op het artikel van Dhr Graaff: “Vitamine D van groot belang bij multiple sclerose”.
Ik heb zijn artikel met veel belangstelling gelezen. Het is zeer informatief, hij deelt kennis over vitamine D in het algemeen en meer specifiek de huidige inzichten in de rol van vitamine D bij MS. Ik vond ook de gegevens over de vitamine D-waardes in Afrika in vergelijking met de waardes bij de bewoners van Groningen heel interessant. De rol van vitamine D en in bredere zin voeding/leefstijl/omgevingsfactoren bij MS is een fascinerend onderwerp.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Wat zegt de Nederlandse Multiple Sclerose Richtlijn over vitamine D en MS?” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]Adviseer de patiënt om de richtlijn Gezonde voeding te volgen. Verwijs naar de volgende webpagina:
Vitamine D
Laat de vitamine D status bepalen bij aanvang van de behandeling/begeleiding. Suppleer de patiënt met vitamine D3 (5600iE/w) wanneer de vitamine D status lager is dan 75 nmol/l. Controleer na 3 tot 6 maanden de status opnieuw. Verhoog de dosering tot 2000-4000 IU/d indien het level nog niet toereikend is.
Bespreek de nadelen van vitamine D-deficiëntie.
Wahls en Jelinek
Bespreek de mogelijk nadelige effecten van Wahls of Jelinek diëten (en andere diëten), wanneer de patiënt aangeeft deze te willen volgen. Overweeg door te verwijzen naar een diëtist.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Wat moeten we weten over vitamine D?” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]Van oudsher wordt vitamine D beschouwd als een belangrijke factor bij de opbouw en het onderhoud van onze botten. Daarnaast tonen meer recente onderzoeken aan dat vitamine D ook bij andere lichamelijke functies een rol speelt, o.a. bij het goed functioneren van ons immuunsysteem en het remmen van ontstekingen.
Vitamine D receptoren zijn aanwezig in de meeste lichamelijke cellen, de cellen van het afweersysteem en van de hersenen.
Onder invloed van zonlicht wordt in ons huid vitamin D3 = cholecalciferol aangemaakt. De productie van vitamine D3 in de huid wordt beïnvloed door de intensiteit van de zon, de duur van blootstelling, huidskleur en ook het gebruik van o.a. zonnebrandcreme. UV-straling wordt tegengehouden door glas, dus alleen direct zonlicht buitenshuis leidt tot aanmaak van vitamine D. Blootstelling aan de zon met ontblote armen en benen in de zomer gedurende 10-30 minuten kan naar schatting 10.000-20.000 IE vitamine D opleveren! Een overmaat aan vitamine D wordt in de huid afgebroken, zodat langs deze weg nooit te veel vitamine D in het lichaam komt. Na de zomer kan door verminderde zonuren de vitamine D spiegel geleidelijk dalen en in de winter kan er zelfs een tekort ontstaan.
Via voeding, m.n. vette vis krijgen we vitamine D2 = ergocalciferol binnen.
Beide type vitamine D zijn biologisch niet actief. Ze worden in ons lichaam door de lever en nier omgezet in biologisch actief vorm. Tijdens bloedonderzoek wordt 25(OH)-cholecalciferol (vorm na activatie in lever) gemeten.
Door het meten van 25(OH) D-waarde in het bloed kan bepaald worden of iemand wel of niet voldoende vitamine D heeft. Volgens (inter)nationale richtlijnen is er sprake van vitamine D tekort bij 25(OH)D-waardes lager dan 50 nmol/l. Tussen 50-75 nmol/l spreekt men over een licht tekort aan vitamine D. Normale waardes liggen tussen 75-150 nmol/l. Bij een aanhoudende waarde boven de 200 nmol/l neemt de kans op hypercalcemie en het risico op toxiciteit toe. In de algemene bevolking wordt de vitamine D spiegel vooral in risicogroepen bepaald, zoals bij ouderen met leeftijd boven 70j, bij overgewicht, bij bepaalde medische aandoeningen en medicatiegebruik, enz. En de streefwaarde hangt van het beoogde doel af, meestal hoger dan 50 nmol/l. Bij kwetsbare ouderen voor het verminderen van het risico op botbreuken is een waarde boven de 75 nmol/l gewenst.
Het advies van de Nederlandse Gezondheidsraad ten aanzien van vitamine D-suppletie bij de algemene bevolking is 10-20 microgram/dag (400-800IE/dag) bij weinig blootstelling aan zonlicht en in risicogroepen, waaronder iedereen van 70jaar en ouder.
In Nederland worden buiten de zomermaanden vaak onvoldoende vitamine D-waardes bereikt door beperkte blootstelling aan zonlicht. De veranderingen van onze leefgewoontes en het veelal binnenshuis werken en verblijven dragen extra bij aan het ontwikkelen van vitamine D tekort. De beschikbare vitamine D in ons lichaam wordt verder beïnvloed door genetische factoren en o.a. ook door ons lichaamsgewicht. Vitamine D is een vet-oplosbaar vitamine en patiënten met overgewicht kunnen hierdoor lagere circulerende, biologisch beschikbare vitamine D hebben.
Mensen vragen soms of ze vitamine D2 of D3 supplement moeten kopen. Het advies is om vitamine D3 te kopen want deze wordt waarschijnlijk iets beter door ons lichaam gebruikt.
Advies: maximaal 4000IE/dag (100 microgram/dag) kan veilig ingenomen worden zelfs zonder controle van vitamine D-waardes in het bloed.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Waar komt de vitamine D hypothese bij MS vandaan?” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]De oorzaak van MS is nog steeds onbekend maar er wordt al langere tijd gedacht dat de ziekte ontstaat door een mogelijk samenspel van erfelijke (genetische) en omgevingsfactoren. Er is nog steeds relatief weinig bekend over de mogelijke uitlokkende omgevingsfactor(en). De observatie dat MS veel vaker voorkomt in landen verder van de evenaar was aanleiding voor de gedachte dat er mogelijk een rol was van zonlicht/ultraviolette straling bij MS. Daarnaast bleek dat MS minder vaak voorkomt op hoger breedtegraad bij volkeren met vaak consumptie van vitamine D rijke vette vis. Er is een verdenking dat UV-straling via het aanmaken van vitamine D een beschermend effect heeft tegen het ontwikkelen van MS. Alhoewel een vitamine D tekort alleen niet direct zal leiden tot MS, kan het in samenwerking met andere factoren wel bijdragen aan de gevoeligheid voor het ontwikkelen van de ziekte.
Zoals dhr Graaff heeft beschreven kwamen eerst observationele studies en later meer gecontroleerde gerandomiseerde studies welke de rol van vitamine D bij MS hebben onderzocht. De mogelijke effecten van vitamine D bij MS kunnen verdeeld worden in enerzijds effecten op het ontstaan van MS en anderzijds effecten op de ziekteactiviteit bij patiënten met al gevestigd MS.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Wat is bekend over vitamine D als risicofactor voor MS?” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]Meerdere studies laten zien dat een te laag vitamine D-waarde sterk is geassocieerd met het risico op het ontwikkelen van MS.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Wat is bekend over vitamine D als ziektemodulerende behandeling in MS?” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]Dierexperimenteel onderzoek en observationele studies lieten zien dat te lage vitamine D-waardes het beloop van MS negatief beïnvloeden en dat er met hogere vitamine D-waardes vermindering van relapses/ziekteactiviteit bereikt kan worden. Hoewel bij gerandomiseerde, gecontroleerde studies (o.a. SOLAR, CHOLINE) het effect van vitamine D suppletie op de ziekteactiviteit van MS onduidelijker en minder uitgesproken was kunnen we wel concluderen dat bij MS-patiënten een tekort aan vitamine D voorkomen dient te worden en er bij voorkeur gestreefd moet worden naar vitamine D-bloedwaardes rondom 100nm/l of iets hoger.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Leefstijl” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]Het verschil in de resultaten tussen observationele en gecontroleerde studies ligt mogelijk ook in het feit dat leefstijlfactoren vaak met elkaar verweven zijn. Patiënten van de observationele studies met hogere vitamine D-waardes hadden waarschijnlijk niet alleen een hogere blootstelling aan zonlicht doordat ze zich bewust waren van het belang van extra vitamine D suppletie maar ze gingen waarschijnlijk ook vaker bewegen, hadden minder vaak overgewicht, waren geen rokers enz.
Naast vitamine D-suppletie is in zijn algemeenheid binnen de MS-gemeenschap volop aandacht voor gezonde/juiste voeding.
Op onze MS-polikliniek binnen Treant Zorggroep vinden we ook andere Leefstijlfactoren, naast vitamine D suppletie en voeding, belangrijk in de behandeling van onze MS-patiënten.
Als lid van de Vereniging Arts en Leefstijl heb ik het afgelopen jaar gestructureerde leefstijlgesprekken geïntroduceerd. Met behulp van het leefstijlroer worden 6 pijlers besproken: voeding, beweging, middelen(gebruik), verbinding, ontspanning en slaap. Er wordt naar de persoonlijke omstandigheden gekeken en kleine, simpele veranderingen worden gestimuleerd en langzaam groter gemaakt.
Ons doel is duurzame gedragsverandering waarmee we hopen nog beter te kunnen bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van onze patiënten.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Samenvattend” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]
- Vitamine D tekort kan beschouwd worden als een risicofactor voor MS.
- Aan alle MS-patiënten adviseer ik standaard vitamine D-suppletie te gebruiken, tenzij de initiële vitamine D-waardes hoog-normaal zijn en ook zo blijven.
- Vitamine D suppletie en leefstijlaanpassingen worden toegepast naast ziektemodulerende medicatie, niet in plaats daarvan.
- Volgens de huidige inzichten kan vitamine D tot 4000IE/dag veilig gebruikt worden en behoeft geen bloedwaarde monitoring.
- Er moet aandacht komen voor voldoende zonlicht en indien nodig vitamine D suppletie voor familieleden, o.a. kinderen van MS-patiënten.
[/vc_column_text][vcex_heading text=”Gebruikte literatuur en aanbevolen websites” tag=”h4″ text_align=”left” color=”accent” font_weight=”bold”][vc_column_text]
- Ascherio en coll. Lancet Neurol. 2010:9
- Pierrot-Deseilligny en coll. Ther. Adv. Neurol. Disord. 2012:5
- Runie en coll. Neurology 2012;79:261-266
- Mowry en coll. Ann Neurol. 2012; 72: 234-240
- Jelinek en coll. BMC Neurology 2015:15
- Fitzgerald en coll. JAMA Neurol 2015;72:1458-1465
- Ascherio&Munger. Semin Neurol. 2016;36:103-114
- Pierrot-Deseilligny en Souberbielle. Multiple Sclerosis and Related Disorders 2017:14
- Smolders en coll. CNS Drugs, online 4-11-2019
- Feige en coll. MSJ, 2019;25(9):1326-1328
- Richtlijndatabase: Richtlijn MS
- Richtlijn vitamine D deficiëntie, Stichting Transmurale Zorg 2014
- http://www.vitamindandms.org/publicaties/onderzoek
- https://mssociety.ca/hot-topics/vitamin-d
[/vc_column_text][vcex_divider][vcex_divider color=”accent” margin=”top:20|bottom:20″][vcex_button onclick_rel=”nofollow” text_source=”custom_text” onclick_url=”https://msvereniging.nl/vitamine-d/” align=”center” icon_left=”ticon ticon-external-link” custom_background=”accent” custom_hover_background=”accent”]Vitamine D is van groot belang bij Multiple Sclerose[/vcex_button][vcex_divider color=”accent” margin=”top:20|bottom:20″][vcex_button onclick_rel=”nofollow” text_source=”custom_text” onclick_url=”https://msvereniging.nl/reactie-dr-meilof-op-vitamine-d-artikel-dhr-graaff/” align=”center” icon_left=”ticon ticon-external-link” custom_background=”accent” custom_hover_background=”accent”]Reactie Dr. Meilof op Vitamine D artikel Dhr Graaff[/vcex_button][vcex_divider color=”accent” margin=”top:20|bottom:20″][/vc_column][/vc_row]

