Ga naar hoofdinhoud

Wat is MOG(AD)?

MOG(AD) staat voluit voor Myeline Oligodendrocyt Glycoproteine Antibody Disease. Een zenuwziekte die lijkt bij NMO(SD), maar inmiddels wordt beschouwd als een op zichzelf staande ziekte. Bij MOG(AD) tasten antistoffen het myeline (de beschermlaag rondom de zenuw) aan, waardoor klachten ontstaan. De ontstekingen zitten vooral in de oogzenuw, ruggenmerg, hersens en hersenstam.

Symptomen MOG(AD)

Het soort klachten is afhankelijk van de plek van de ontsteking. De symptomen die vaak als eerste ontstaan zijn:

  • verlies van zicht of wazig zien in één of beide ogen
  • verlies van het zien van kleuren
  • verlamming van ledematen
  • spierzwakte waardoor krachtsverlies ontstaat
  • blaas- en darmproblemen
  • strakke bandgevoel rondom middel (MS hug)
  • zenuwpijn

De symptomen van MOG(AD) zijn soms gelijk aan die van NMO(SD) en MS, maar de zenuwcellen waar de MOG(AD) antistoffen op ‘aangrijpen’ zijn anders. Er kan sprake zijn van enkel een oogzenuwontsteking of enkel een ruggenmergontsteking, maar deze kunnen ook gelijktijdig ontstaan.

Verschillen tussen NMO(SD) en MOG(AD)

NMO(SD) en MOG(AD) verschillen in:

  • het aangrijpingspunt van de antistoffen
  • uiting van de ziekte bij kinderen en volwassenen;
    kinderen hebben voord ADEM-achtig ziektebeelden (zie hieronder), terwijl volwassenen veel vaker een NMO(SD)-achtig ziektebeeld hebben
  • het risico op terugkeer van de ziekte;
    bij MOG(AD) is de kans op nieuwe aanvallen kleiner dan bij NMO(SD)
  • genetische aanleg;
    bij MOG(AD)-patiënten komen minder familiaire auto-immuunziekten voor, deze komen vaker voor bij families waarin NMO(SD) voorkomt.

MOG(AD) ontstaat vaak al op de kinderleeftijd terwijl NMO(SD) zich op latere leeftijd openbaart. Een MOG(AD)-patiënt, met alleen een oogzenuwontsteking heeft geen NMO(SD). Een MOG(AD)-patiënt met een ruggenmergontsteking en een (doorgemaakte) oogzenuwontsteking heeft NMO(SD)

MOG(AD) en ADEM

MOG-antistoffen worden ook gevonden bij acute gedissemineerde encefalomyelitis (ADEM). Daarbij zijn er ontstekingen door de hele hersenen. Deze ziekte komt voornamelijk voor bij kinderen en zorgt onder andere voor een tijdelijk gestoord bewustzijn. De ziekte keert soms op zich zelf staand terug, of in combinatie met een oogzenuwontsteking. Bij een deel van de patiënten worden MOG-antistoffen gevonden.

Verloop en behandeling

Patiënten met MOG-antistoffen hebben een kans van 40-50% (zonder behandeling) op nieuwe aanvallen. Bij NMO(SD) is deze kans 80-90% (zonder behandeling). Bij MOG(AD) komt vaker een terugkerende oogzenuwontsteking voor dan bij NMO(SD). Patiënten met MOG-antistoffen hebben over het algemeen minder risico op blijvende schade, zeker bij tijdige behandeling. Echter, als de ziekte toch terugkeert neemt de kans op restklachten toe. Een onderhoudsbehandeling is dan belangrijk. Een kleine groep MOG(AD)-patiënten blijft aanvallen houden ondanks medicatie.

Leefstijl

Een gezonde leefstijl is voor iedereen belangrijk, maar voor mensen met een ziekte nog belangrijker. Bij een leefstijl die volledig in balans is kunnen klachten worden verminderd, of in ieder geval beter onder controle worden gehouden. Bij zowel MOG(AD) en NMO(SD) heeft stress een negatieve invloed.
Patiënten zijn vooral gebaat bij balans in:

  • activiteit en rust
  • beweging
  • regelmaat in het dagelijks leven
  • gezonde voeding
  • spanning/ontspanning

Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat tabak een negatieve invloed heeft op het immuunsysteem.

Omgaan met klachten en symptomen

Veel klachten en symptomen die voorkomen bij MOG(AG), komen ook voor bij NMO(SD) en MS. Op de pagina’s Over NMO(SD) en Over MS kun je lezen hoe mensen met deze ziekten omgaan met hun klachten.

Heb je vragen? Wil je je hart luchten? Bel met de MS-telefoon

Bel de MS-telefoon
Back To Top