skip to Main Content

NMO(SD) is geen MS. Wel is het net als MS een auto-immuunziekte waarbij ontstekingen optreden in het centrale zenuwstelsel.
NMO(SD) staat voor Neuromyelitis Optica Spectrum Disorder. Vroeger werd NMO(SD) ook wel de Ziekte of het Syndroom van Devic genoemd, naar de ontdekker Eugene Devic. Maar vanwege de hoeveelheid aan symptomen, dekt de naam NMO(SD) beter.

Het immuunsysteem beschermt je lichaam tegen virussen en bacteriën. Bij NMO(SD) ontstaan ontstekingen met name in de oogzenuw, regelmatig zelfs in beide ogen tegelijk, en in het ruggenmerg. Hierbij beschouwt het immuunsysteem gezond weefsel als afwijkend en valt het het eigen lichaam aan. Hierdoor worden antistoffen aangemaakt en ontstaat een ontstekingsreactie. De isolatielaag rondom de zenuwen (de myeline) raakt beschadigd. Vervolgens kan er ernstige uitval ontstaan waardoor de patiënt (tijdelijk) blind of verlamd kan raken.

Spectrum Disorder betekent dat een ruggenmerg- en oogzenuwontsteking niet gelijktijdig hoeven voor te komen om de diagnose NMO(SD) te krijgen. Vaak heeft de patiënt alleen een oogzenuwontsteking en een antistof in het lichaam, maar geen ruggenmergontsteking of andersom. Omdat het een zeldzame ziekte is, is het voor huisartsen en specialisten best lastig om de diagnose te stellen en kunnen er maanden tot jaren overheen gaan voordat er een definitieve diagnose wordt gesteld.

 

Hoe ontstaat NMO(SD)?
NMO(SD) is een zeldzame auto-immuunziekte. Er zijn waarschijnlijk maar rond de 200 patiënten in Nederland met NMO(SD). Per jaar worden er gemiddeld 17 personen met NMO(SD) gediagnosticeerd. Naar schatting is 80-90% van de NMO(SD) patiënten vrouw.
Het is onbekend waarom iemand NMO(SD) krijgt. Vaak komen er ook andere auto-immuunziektes in de familie van een NMO(SD) patiënt voor. Wel is er meer bekend over de antistoffen die NMO(SD) patiënten kunnen hebben.

Twee soorten antistoffen
De antistoffen die het meest voorkomen bij NMO(SD) zijn aquaporine-4 (AQP4) antistoffen. Patiënten met deze antistoffen kunnen een ernstiger verloop van de ziekte hebben met herhaaldelijke aanvallen (80-90% zonder behandeling). Ook hebben deze patiënten vaak meer uitval en restschade.

Een kleiner deel van de patiënten heeft myeline oligodendrocyt glycoproteïne (MOG) antistoffen in het bloed. Vaak hebben deze patiënten éénmalig uitval van functies van het lichaam, al zijn herhaaldelijke aanvallen (30-40% zonder behandeling) ook mogelijk.

En er is een groep patiënten waarbij beide antistoffen niet aanwezig zijn in het bloed. Hiervan is nog onbekend of zij wellicht andere antistoffen in hun bloed hebben die momenteel nog onbekend zijn.

Back To Top
X