skip to Main Content

De Internationale MS-federatie (MSIF) beschouwt mensen met MS niet als een aparte risicogroep voor het krijgen van COVID-19. Zo blijkt uit de oktober-editie van de MSIF-adviezen over het coronavirus.

De MSIF herhaalt de stelling van juni 2020 dat alleen MS-patiënten met een progressieve vorm – zowel PPMS als SPMS – mogelijk een iets groter risico lopen, naast mensen die ouder zijn dan 60 en een hoge mate van invaliditeit hebben. Hetzelfde geldt voor MS-patiënten die bijkomende aandoeningen hebben als obesitas, diabetes of een hart- of longziekte. De oktober-‘update’ is gebaseerd op de constateringen van neurologen en COVID-experts in vijftig landen.

DMT en aHSCT
Net als in de juni-editie gaat de MSIF uitgebreid in op het gebruik van MS-remmende medicatie, in het Engels afgekort als DMT (disease modifying therapy).

Van de meeste daarvan oordeelt de MSIF dat er aanwijzingen zijn dat ze eerder de kans op COVID-19 verminderen dan vergroten. Dat zou althans zeker kunnen gelden voor de interferonen en glatirameeracetaat (Copaxone). Als enige mogelijke uitzonderingen op deze regel noemt de MSIF ocrelizumab (Ocrevus) en rituximab.

Twijfels zijn er ook nog veel over de invloed van alemtuzumab (Lemtrada) en cladribine (Mavenclad). Maar ook van die medicatie zegt de MSIF dat iemand met MS niet zonder ruggespraak met de neuroloog van de voorgeschreven medicatie moet afwijken. Dit zou namelijk een slechte invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van de MS.

Het MSIF-advies aan MS-patiënten die kiezen voor stamceltherapie (aHSCT) is om na behandeling minimaal zes maanden isolatie in acht te nemen.

Bronnen: MSIF – inclusief de mogelijkheid deze tekst in het Nederlands te vertalen – en redactie MSweb

Back To Top
X