‘Alsof ik de hele tijd veertig tassen moet meezeulen’

28 augustus 2026

Tanya (38) opent de deur met een grote glimlach. Ze staat op krukken. Drie dagen geleden verzwikte ze haar enkel toen ze ging voetballen met haar kinderen. “Ik was weer eens behoorlijk over mijn grenzen gegaan.” Tanya kampt al lang met erge vermoeidheidsklachten. “Ik was super actief en een echte bezige bij. Ik was kraamverzorgster met een eigen bedrijf; werkte hard en met veel plezier onregelmatig.” Na een whiplash en de geboorte van haar kinderen was ze vaak erg moe. Inmiddels kan ze al een paar jaar niet meer werken.

Moederdag
“Drie jaar geleden begon mijn MS, op moederdag. Ik kreeg een mooie kaart van mijn kids die inmiddels 11, 9 en 7 zijn. Opeens zag ik allemaal zwarte vlekken. Eerst dacht ik aan migraine, maar na een uur keek ik ‘door troebel water’. Foute boel, dacht ik, naar het ziekenhuis.” De diagnose: een oogzenuwontsteking. Al voorzichtig werd genoemd dat het CIS zou kunnen zijn, een mogelijke voorbode van MS. Tanya wist echt niet wat dat betekende.

Na de oogzenuwontsteking kwam de vermoeidheid. ”Meestal slaap ik goed, maar word doodmoe wakker. Mijn batterij is dan maar vijf procent en zelfs op een rustige dag laad ik niet op. En daar kan ik niet mee omgaan.”

Een paar maanden na de oogzenuwontsteking liep Tanya’s relatie stuk. Een periode volgde met veel onrust en uiteindelijk een verhuizing naar een huis dat opgeknapt moest worden. “In die tijd was ik erg somber. Ik zocht hulp voor deze problemen. Toen ik me beter ging voelen, bleef de vermoeidheid. Soms ben ik zo moe, dat ik letterlijk kotsmisselijk ben. Of dan ga ik boodschappen doen en ben opeens zo moe, dat ik helemaal bevries. Ik kan dan niets meer en moet iemand bellen om me thuis te brengen. Nou, iedereen die me kent weet dat ik dat niet zomaar vraag.”

Tekort schieten
Een jaar later werd de MS diagnose bevestigd. Tanya moest medicijnen gaan gebruiken, maar de vermoeidheid bleef bestaan. “Ik kreeg hulp van een ergotherapeut. Zij vertelde hoe ik mijn activiteiten moest spreiden om mijn batterij weer op te laden. Maar dat helpt mij niet. Ik begrijp die uitleg, maar als moeder kan ik het niet toepassen. Op de dagen dat de kinderen bij mij zijn, sleep ik me uit bed om hun ontbijt te regelen en ze naar school te brengen. Daarna kom ik uren niet van de bank of uit bed, om ze dan weer doodmoe op te halen. Dan moet er gehaald en gebracht worden naar sport en gekookt. En de kinderen vragen natuurlijk aandacht. Dat met een hoofd vol mist. Ik doe vaak kribbig tegen ze, voel me dan tekort schieten en dat put me weer uit.”

Inmiddels is Tanya gestopt met ergotherapie. “Ik heb ook veel geheugenproblemen gekregen, wat het allemaal niet beter maakt.”

Tanya probeert veel klussen te doen op dagen dat haar kinderen niet thuis zijn. En steeds beter te kiezen waar en aan wie ze haar energie en aandacht geeft. “Een kring van nabije mensen begrijpt wat er speelt, maar mijn grote sociale netwerk daarbuiten lang niet altijd.”

Tanya gaat nu beginnen met therapie bij revalidatiecentrum De Hoogstraat: maatschappelijk werk en cognitieve training. “Ik hoop dat ik daar profijt van zal hebben. Ik blijf hopen dat een andere aanpak me iets gaat brengen. Dat ik mijn vroegere zelf met al mijn energie en positiviteit weer kan hervinden. En dat ik weer kan werken. Want ik vlieg af en toe echt tegen de muren op.”

Tanya vertelde haar verhaal voor MenSen 2 – 2026 (mei 2026). Inmiddels kunnen er veranderingen in zijn gezondheid zijn opgetreden.

Tekst: AnnePauline Cohen, beeld: Elizabeth Wattimena