Lettergrootte: e e Sitemap Inloggen

Adviesraad WMOEigen Kracht van de Burger

Wat vooraf ging

Van 1945 tot 1980 verwachtte onze samenleving dat de overheid alles voor ons zou oplossen. Zo kwam er een heel netwerk van zorgvoorzieningen tot stand, dat werd gefinancierd door de overheid. De financiering hiervan ging veelal via premieheffing. Solidariteit met degenen die zorg nodig hebben,  was het leidende principe. Langzaamaan kwamen we echter tot het inzicht dat de overheid niet in staat is alle problemen op te lossen.

Van 1980 tot 2005 werd de oplossing gezocht in marktwerking. Men ging ervan uit dat concurrentie met betrekking tot prijs en kwaliteit tot betere en betaalbaardere zorg zou leiden. Uit deze tijd stamt het begrip ‘product’ als meetbare eenheid (bijvoorbeeld hulp bij het aantrekken van steunkousen kan in … minuten). Het gevolg was dat de menselijke maat in de zorg op de tocht kwam te staan doordat de zorginstellingen productenboeken gingen invoeren om de beheersbaarheid en betaalbaarheid aan te tonen en te bevorderen, hetgeen veelal bureaucratie tot gevolg had. Het gevolg hiervan was dat men zich niet meer realiseerde dat een zorginstelling een organisatie ván mensen vóór mensen moet zijn.

Als reactie op de marktwerking kwam vanaf 2005 een nieuw denken op gang, namelijk dat de burgers zelf aan het roer moeten staan. Zij kunnen, binnen bepaalde grenzen, voor zichzelf en anderen zorgen.

Dit had als gevolg dat er nu wordt uitgegaan van

–        de regie van de zorgvrager over het eigen leven;

–        het benutten van de eigen kracht van de burger en zijn/haar sociale netwerk,

–        het herstel van professionele verantwoordelijkheden van de werknemers in de zorg en

–        het benutten van ervaringsdeskundigheid.

Kern is dat de burger, indien nodig met ondersteuning/zorg, zelf verantwoordelijk wordt geacht om zijn/haar probleem op te lossen en mee te doen aan de samenleving.

Men kan voor ondersteuning een beroep doen op familie, mantelzorgers, vrienden, buren en dergelijke. De Adviesraad stelt dus vertrouwen in de eigen kracht en de zelfredzaamheid van de burger en zijn sociale omgeving. Zijn die niet toereikend, dan komen de professionals en de gemeente om de hoek kijken om steun te verlenen totdat de ander het weer alleen kan.

Omdat de rijksoverheid ver van de burger afstaat is besloten dat de gemeenten zorg- en begeleidingstaken krijgen toegewezen via de Wet op de maatschappelijke ondersteuning van 2007 (Wmo). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de gemeente beter in staat is de eigen inwoners te ondersteunen dan “Den Haag”.

Op het principe van de zelfredzaamheid van de burger wordt één (belangrijke) uitzondering  gemaakt. Als duidelijk is dat iemand het echt niet alleen redt, dan heeft deze persoon, en met zijn of haar omgeving, recht op langdurige en/of gespecialiseerde ondersteuning of zorg.

Wat vraagt dit van ons burgers?

Deze omslag in het denken heeft gevolgen voor ons allemaal omdat onze samenleving anders wordt ingericht en de verantwoordelijkheden anders komen te liggen. Dit alles vraagt:

van iedere burger:

·         eigen kracht en zelfredzaamheid erkennen en stimuleren. Dit houdt in dat men eerst zelf moet bedenken wat men kan doen om het probleem op te lossen en dat wat men zelf kan betalen men ook zelf zal moeten betalen. Informele zorg wordt steeds belangrijker,

·         participatie in de samenleving,

·         zelf aan de bel trekken als er iets beter kan en moet,

·         opbouwen van sociale netwerken,

·         meer oog hebben voor elkaar,

·         burenhulp bevorderen.

van de organisatie die ondersteuning en/of zorg verleent:

·         een beroep doen op de eigen kracht van de zorgvrager. Dit  betekent dat eerst gevraagd moet worden  wat de zorgvrager zelf kan bedenken/doen om het probleem op te lossen;

·         meedenken met de zorgvrager, maar niet meer vanuit de gedachte dat de professional weet wat goed is voor de ander. Het handelen van de professional moet erop gericht zijn de burger te helpen zelf weer verder te kunnen. Hieronder valt ook het erkennen en benutten van de ervaringsdeskundigheid,

·         alleen formele zorg geven als het nodig is;

·         aanbodsdenken- en handelen is taboe;

·         betere samenwerking tussen organisaties onderling. (want de samenwerking heeft onder druk gestaan door concurrentie bij de marktwerking);

·         verschuiven van hulpverlenen naar faciliteren. Zorgen ‘dat’ in plaats van ‘zorgen voor’;

·         integrale benadering bij meerdere problemen.

van de gemeente:

  • bevorderen van de samenhang in de buurten
  • wijk- en buurtgericht werken stimuleren
  • heldere regievoering
  • zorgdragen voor een sluitend systeem van ondersteuning en hulp voor haar (kwetsbare) burgers

 

 

Samenvattend:        

We willen groeien naar een samenleving waarin er zorg voor elkaar is (Civil Society) en waarin iedereen op zijn/haar eigen wijze mee kan doen, zo nodig met een steuntje in de rug. Maar……..aan wie dit niet kan, moeten we zorg blijven bieden.

Dit betekent dat de nieuwe uitdaging wordt dat we moeten streven naar een nieuwe balans tussen de behoefte ergens bij te horen en het verlangen naar autonomie en individualisme.

Waarom dit artikel?

Dit artikel is bedoeld voor burgers, politiek, zorgaanbieders, belangenorganisaties, mantelzorgorganisaties, vrijwilligersorganisaties en dergelijke. De Adviesraad wil met dit artikel een impuls geven tot discussie over dit onderwerp.

Adviesraad WMO Leiden

februari 2013